Nieuws

Waarom zoveel koppels amper nog seks hebben

· 7 min leestijd

Een op de vier relaties heeft nauwelijks nog seks. Dat is de uitkomst van een groot onderzoek van de Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit en I&O Research onder ruim duizend Nederlandse stellen. Het getal klinkt confronterend. Toch is de werkelijkheid achter dat cijfer genuanceerder, en interessanter, dan je op het eerste gezicht zou denken.

Wat het onderzoek precies liet zien

De onderzoekers vroegen meer dan duizend Nederlanders in een relatie naar hun seksleven. Een kwart bleek nauwelijks nog seks te hebben, gedefinieerd als nooit of slechts een paar keer per jaar. Bij stellen tussen de 40 en 64 jaar loopt dat aandeel op tot 30 procent. Jongere stellen scoren beter: ruim 14 procent van hen rapporteert minimale seksuele activiteit. De grootste groep, ruim 41 procent, heeft een paar keer per maand seks.

Wat direct opvalt in de data: de relatiestevredenheid blijft gemiddeld hoog, een 8,1 op tien. De tevredenheid over het seksleven zelf ligt een stuk lager, op 6,7. Dat gat van anderhalve punt vertelt eigenlijk het meest interessante deel van het verhaal.

Kwaliteit telt zwaarder dan frequentie

Esther Kluwer, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, trekt een opvallende conclusie uit de data: seksfrequentie hangt minder samen met relatiestevredenheid dan de kwaliteit van het seksleven. Hoe vaak je het doet is dus minder doorslaggevend dan hoe het voelt als je het doet.

Dat sluit aan bij wat onderzoekers de afgelopen jaren vaker signaleren. Er is een groeiende beweging weg van prestatieseks, waarbij het gaat om aantallen en technieken, richting echte verbinding en sensualiteit. Mensen nemen meer tijd voor intimiteit zonder te sturen op een bepaald resultaat. Die verschuiving is zichtbaar in hoe mensen over hun seksleven praten: minder als sport, meer als verbinding.

Dat betekent ook dat een lage frequentie op zichzelf geen probleem is. Het probleem ontstaat wanneer de kwaliteit van de momenten die er wel zijn teleurstellend is, of wanneer één partner structureel ontevreden is en er niet over gesproken wordt.

Waarom de frequentie bij veel stellen daalt

Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan een lagere seksfrequentie. Stress en vermoeidheid worden het vaakst genoemd. Nederlanders werken lang, slapen slecht en hebben aan het einde van de dag mentaal weinig ruimte over voor intimiteit. Seks vraagt energie, aanwezigheid en verbinding - drie dingen die moeilijk te vinden zijn als je uitgeput bent.

Kinderen spelen ook een rol, maar de invloed valt mee. Slechts 7 procent van de respondenten geeft aan dat de relatie verslechterde na het krijgen van kinderen. Wat zwaarder weegt, is een verschil in libido tussen partners. Als één van beiden consequent minder zin heeft, ontstaat er al snel een patroon van vermijding. Geen expliciete afwijzing, maar ook geen initiatief meer. En zo groeit de afstand stilletjes.

Communicatie is de derde grote factor, of het gebrek eraan. Veel stellen bespreken hun seksuele wensen, grenzen of frustraties niet openlijk. De drempel is hoog, zeker als het onderwerp al lang niet meer ter sprake is gekomen. Maar zonder gesprek verandert er ook niets. De patroon houdt zichzelf in stand.

Vrouwen zijn minder tevreden dan mannen

Gegevens van Rutgers laten zien dat slechts 56 procent van de vrouwen tevreden is met hun seksleven. Minder dan de helft, 48 procent, is blij met de frequentie. Vrouwen geven consistent aan kwaliteit boven kwantiteit te stellen. Een seksueel contact dat echt goed voelt, weegt voor hen zwaarder dan er meer van te hebben.

Die voorkeur voor kwaliteit heeft ook praktische gevolgen. Vrouwen die aankaarten dat ze meer aandacht, meer tijd of een andere benadering willen, vragen in wezen om kwaliteitsverbetering - niet per se meer seks. Dat onderscheid is belangrijk, omdat het de oplossingsrichting bepaalt. Meer van hetzelfde helpt dan niet.

Wat je eraan kunt doen als koppel

Als beide partners tevreden zijn met een lage frequentie, is er niets aan de hand. Maar als één van beiden ontevreden is en er niet over gesproken wordt, groeit het probleem vanzelf. Een paar dingen die in de praktijk helpen:

  • Intimiteit bewust inplannen. Klinkt onspontaan, maar werkt. Als je er ruimte voor maakt in een druk schema, neemt de drempel af. Spontaniteit is mooi, maar planning is het vangnet.
  • De definitie van seks verbreden. Seks hoeft niet altijd tot orgasme te leiden of een vaste vorm te hebben. Knuffelen, een massage, sensueel contact - dat telt allemaal mee als intimiteit en kan op zichzelf al heel veel goedmaken.
  • Praat erover buiten de slaapkamer. Een gesprek over seks voer je het makkelijkst als er geen verwachting in de lucht hangt. Achteraf of op een neutraal moment werkt beter dan vlak voor of na het vrijen.
  • Verken samen iets nieuws. Routine is een van de grootste libidokillers. Een nieuwe locatie, een ander tijdstip, of samen een seksspeeltje uitproberen kan energie terugbrengen in een seksleven dat routineus aanvoelt. Lees ook deze drie manieren om je seksleven een boost te geven voor concrete ideeën.

Dit is wat het cijfer eigenlijk betekent

25 procent van de koppels heeft amper seks. Maar dat zegt weinig over of ze ongelukkig zijn, of dat hun relatie slecht is. De relatiestevredenheid in het onderzoek staat gemiddeld op een 8,1. Die combinatie, weinig seks maar toch gelukkig, laat zien dat intimiteit complexer is dan een gemiddelde per maand.

Wat het wél zegt: als de tevredenheid over het seksleven consequent achterblijft bij de rest van de relatie, is dat een signaal de moeite waard om bij stil te staan. Niet als aanklacht, maar als uitnodiging om er iets mee te doen. Want de meeste stellen willen hetzelfde: verbinding die voelt als thuiskomen.

Meer lezen over seksuele gezondheid en welzijn? Ontdek ook hoe solo seks bijdraagt aan je algehele welzijn.

N
Geschreven door Nikki Claessen Seksualiteit redacteur

Nikki schrijft over seksualiteit en relaties vanuit haar opleiding tot seksuoloog en jarenlange ervaring in de praktijk waar ze heeft geleerd dat geen vraag te gek is. Haar stukken zijn informatief, open en vrij van schaamte, want ze vindt dat Nederland best wat volwassener mag omgaan met het onderwerp dat iedereen bezighoudt maar niemand durft te googlen waar anderen bij zijn. Ze begon haar carrière als verpleegkundige en merkte al snel dat patiënten vaker vragen hadden over intimiteit dan over hun medicijnen. Die observatie bracht haar naar de seksuologie, en ze heeft nooit meer teruggekeken. Nikki gelooft dat goede voorlichting meer doet dan duizend ongemakkelijke stiltes, en schrijft daarom met de openheid die ze in de spreekkamer ook hanteert.